News
Photos
Articles
Components
Applications
Kleinkunst

Kleinkunst: Het apekot

Het apekot (Vuile Mong 'Mong Rosseel' en de vieze gasten)

Hebde geider da ook? Als ge 's morgens wakker wordt en ge kijkt in de spiegel...bweuh..'t leven... ge zijt nog maar op de wereld en 't begint al, uw pa werkt, uw ma werkt en gij, gij vliegt in de kindercrèche... en de crèche... DE CRECHE DAT IS EEN APEKOT, PARLEZ VOUS ELK ZIJN BED EN ELK ZIJN POT, PARLEZ VOUS ZE STROOIEN ER POEDER OP JE VEL GE MOET ER SLAPEN OP BEVEL, INKE PINKE PARLEZ VOUS Maar het leven gaat zo snel voor ge 't weet zijt ge al op weg naar school, uw boekentaske onder uw arm, en ge zijt content en fier en ge denkt : "Nu gaat het leven beginnen, de vogeltjes zeg, de bloemetjes" ... maar de school ? DE SCHOOL DAT IS EEN APEKOT, PARLEZ VOUS DE APEN ZITTEN TWEE AAN TWEE, PARLEZ VOUS DE GROOTSTEN AAP DIE ZIT VAN VOOR EN DOET DE ZOTSTE KUREN VOOR, INKE PINKE PARLEZ VOUS 18 jaar zijt ge geworden, 18 jaar, gedaan met naar school te gaan en ge staat op en uw hartje zegt boem boem boem Ge stormt de trap af naar beneden en uw moeder staat klaar met de koffie. zegt ze, "Jongen", "Hij ligt er, hé, in de brievenbus, uw oproepingsbevel, naar 't leger..." en 't leger... 'T LEGER DA IS EEN APEKOT, PARLES VOUS ZE SCHIETEN DAAR MEKAAR KAPOT, PARLEZ VOUS DE GENERAAL DAT IS EEN HOND DE VIJAND ZIET ALLEEN ZIJN KONT, INKE PINKE PARLEZ VOUS Maar 't leger zeg, hoe lang duurt dat, 't leger ? Eén jaar ! Eén jaar op een gans mensenleven, daar kunt ge toch niet blijven bij stilstaan. Dat is zo voorbij en ge zijt al op weg naar huis, uw gerief over uw schouder, cafeetje links, cafeetje rechts, en ge komt thuis en uw moeder staat in haar deurgatje en ze zegt : "Mijn Jean-Pierre, zijde gij da zo ne vent geworden, op één jaar tijd !" En uw vader komt van zijn werk en hij smijt zijn vélo tegen de gevel en zegt hij: "Jean-Pierre zo'n man geworden allemaal op één jaar, en gij denkt, nu hebben ze me niet meer liggen, nu gaan we leven, de vogeltjes, de bloemetjes En 's avonds, heel de familie zit naar televisie te kijken. De programma's zijn allang voorbij, maar ze kijken nog een beetje naar 't testbeeld, En daarna zegt vader jongen zegt hij, nu da we hier samen zijn laat ons over het leven klappen" en gij direct ja pa, de vogeltjes zeg, de bloemetjes zeg.." Zegt ie:" Jean-Pierre op uwe leeftijd, Kijk es naar uw moeder da mens heeft gewerkt, haar hele leven lang gewerkt, en ik Jean-Pierre ik heb gewerkt 't Is aan uwen toer, ga werken, naar 't fabriek, en 't fabriek ... 'T FABRIEK DAT IS EEN APEKOT, PARLEZ VOUS ZE WERKEN ZICH D'ER STAPELZOT, PARLEZ VOUS DE GROTE BAAS DIE KRIJGT ZIJN PREE AL AAN DE MIDDELLANDSE ZEE, INKE PINKE PARLEZ VOUS 't Is de moment om zenuwachtig te worden, 't is de moment om te panikeren Veertig jaren, veertig van de mooiste jaren van uw leven heb ge u kapot gewekt aan da stom machien in die stomme fabriek Maar zeg, na veertig jaar komt de grote directeur af, recht naar uw machien. "Zijt gij, zijde gij Jean-Pierre ?" "Ja, meneer de directeur." En ge zijt al kontent, stel u voor zeg na 40 jaar komt de grote directeur persoonlijk met u spreken "Zegt gij Jean-Pierre, heb je hij veertig jaar in mijn fabriek gewerkt ?" "Ja meneer de directeur." "'t Is niet te geloven", zegt hij "maar Jean-Pierre, jongen, 'k heb toch een probleem zegt den directeur Ziet ge van mij moogde gij hier blijven, maar uw eigen jongere collega's, zeggen ze, meneer de direkteur zeggen ze, Jean-Pierre, die mens wordt oud, en hij kan niet meer me een iedere week zijn wij ons premie kwijt. Ziet ge, Jean-Pierre, van mij moogt ge blijven, maar uw eigen jongere collega's, zeggen ze tegen mij zeggen ze, meneer de directeur, waarom zou jean-pierre nie met pensioen gaan, waarom zou Jean-Pierre nie nog een beetje van zijn leven genieten ? Wa denkt ge Jean-Pierre? En 's avonds, ge rijdt naar huis met uw velo, en ge denkt jean-pierre, verdikke Jean-Pierre, 't is de moment on nog een beetje te leven... en terwijl ge er aan denkt ziet ge een vogeltje passeren, eentje maar, maar ge ziet het passeren, en een beetje verder staat er een bloemetje tussen de straatstenen, zwart van 't roet van de auto's en de autobussen, maar ge ziet het staan en ge denkt Jean-Pierre: "De vogeltjes zeg en de bloemetjes zeg, leven, LEVEN ..." Wel, mensen, vergeet het maar. Verdomme vergeet het maar Voor ge 't weet, waar zit ge, denkt ge ? Bij d' ouw' peekes. En waar zitten de ouw' peekes ? D' OUW PEEKES ZITTEN IN 'T APEKOT, PARLEZ VOUS WEER ELK ZIJN BED EN ELK ZIJN POT, PARLEZ VOUS DE NONNEKES STOPPEN U IN BAD DAT DOET ZO'N DEUGD VOOR UW PROSTAAT, INKE PINKE PARLEZ VOUS. En iederen dag iederen dag zegt uw hartje een beetje trager, boem boem boem en op een goeie keer, voor de allerlaatste keer, nog één keer BOEM